© Federatie van de heilige Clara.           Foto’s  alleen overnemen na  toestemming: Webmaster

4e zondag veertigdagentijd A  - 26 maart 2017

Joannes 9, 1-16

Vigilies onder het thema: Laat je niet gek maken!


Uit de vigilie-viering:    (zr. Margriet)    


Inleiding:

Halverwege zijn we op weg naar Pasen, Laetare.

Maar we zitten in de woestijn, daar waar goed en kwaad worden uitgevochten, daar waar je geen weg ziet, laat staan dat je halverwege bent. Er is leegte, eenzaamheid, je bent gedesoriënteerd, hoe verder, wat/wie is mijn oriëntatie? Wáár, o waar vind ik..,waar ga ik de zinloosheid voorbij. In die leegte, dat zoekgebied kan ik allerlei  schijnwerkelijkheden najagen, dáár, ja daar kan ik het vinden en daarom…..; zoek ik affectie in vluchtigheid, wil ik een kick hebben, heb ik behoefte aan prikkels, wil ik dingen nu, ga ik mee in die lichaamscultuur van tatoeages, van cosmetische chirurgie. Sluit ik mijn ogen, duik ik weg in de massa, geef anderen de schuld, meer en meer vertoon ik stress symptomen, ja en zoals Tutu zegt: o wee als ik nog geen maagzweer heb gehad, dat statussymbool.

Tot het weer komt, die treurigheid, onzekerheid, verwardheid. Hoe verder, waar blijf ik nu zelf, wordt ik nu geleefd door al die verwachtingen en eisen van anderen en van mijzelf, blijven anderen mijn ik bepalen?

Laat je niet door al die schijnwaarden, zoals Clara schrijft: die schone schijn die ons mensen gek maakt, laat je daar niet door bepalen.

Laat al die fata morgana’s, die luchtspiegelingen los, keer in, durf je kwetsbaarheid aan te kijken opdat je meer en meer gaat leven vanuit die innerlijke mens, vertrouwend op je innerlijk kompas, op je intuïtie. Oriënteer je op je kern en al lijkt het dat God verdwijnt in de donkerte, in die stille afwezigheid, het is niet de liefde die zwijgt.

Laten we verder gaan in die veertig dagen, veertig jaren en bidden tot Hem die zwijgt in zijn liefde voor ons.


Ter overweging:

Wat kan mij nu gebeuren, niets toch, ik heb recht op geluk en dat jaag ik na….., nou ja af en toe is er dat kleine angeltje in mij dat zegt, klopt dat?  

Of, iemand denkt: o, wat kan mij niet allemaal gebeuren, laat ik mij toch vooral rustig houden, want anders…..

Tja en als er dan wat gebeurt, als me wat overkomt, wiens schuld is dat dan? Wat zo op het eerste gezicht een vreemde vraag van de apostelen lijkt: wie is hier zondig, schuldig? is echter ook ’n  conclusie die de huidige mens vaak trekt. Wij mensen denken; er is oorzaak en gevolg. Ik word ziek, ik krijg een ongeluk, ik word ontslagen enz. en dat moet het gevolg zijn van foutieve daden. Ik heb dus schuld en krijg nu straf. Het is zo iets als wat men vroeger zei: braaf zijn, dan verdien je liefde. Zo blijven we vragen: waar verdien ik dit aan, waarom ik? Wat deed ik fout?  Probeer ik niet altijd het goede te doen, dus waarom ik?

Of, we zoeken het antwoord in een ander die hier schuldig aan is, zoeken andere daders en er ontstaat een wereld van dreiging, gemaskeerd achter rauwheid, brutaliteit, van woede, agressie.

En dan Jezus: Nee, niets van dit alles. Dat jij blind bent, ziek bent, een ongeluk krijgt, dood gaat, dat ligt niet aan je ouders, ligt niet aan jezelf.

Liefde verdienen? Nee, God geeft dat gratis. Blind als straf? Hoe denk jij over Gods rechtvaardigheid?  Trek je die in twijfel?

Jezus herkent onze worsteling, zegt ook niet dat we geen mensen zijn die nooit iets kwaads doen, hij kent ons mensen, hij kent ook ons verdriet, onze pijn. En dan spreekt Jezus over Gods werk dat zichtbaar moet worden, Hij zegt over zichzelf, Ik ben het licht voor de wereld, daarmee zegt Hij ook dat er duisternis is, dat er lijden is, maar er is het licht van het geloof.

Eigenlijk zegt Jezus door Gods werk zichtbaar te maken, door zijn handelingen dat God niet de oorzaak is van lijden, maar de oorsprong van het goede. Daar staat die blindgeborene, die vraagt niets, vraagt niet om genezing, weet niet wie Jezus is. En Jezus gaat op hem af, deze blindgeborene - als het ware heel de mensheid die zijn oorsprong is vergeten en die tastend zijn weg zoekt- Hij maakt met speeksel modder en wast, reinigt zo de blindheid. Door die handeling komt meteen in mij boven: God schiep de mens uit stof en aarde en blies hem de levensadem in, geeft de mens het leven. Die blinde man wordt steeds meer ziende, er is als het ware een proces gaande van blindheid naar zien. Aanvankelijk weet hij niet wie Jezus is, een profeet? Daarna; het is iemand die van God komt. Tot hij uiteindelijk zal zeggen: Ik geloof Heer.

Jezus geeft hem met het licht in zijn ogen, het licht van het geloof. De farizeeërs, die denken dat ze zien, blijven in hun blindheid volharden; zo iemand kan niet van God komen, hij onderhoudt de sabbat niet. Zij zijn zo overtuigd van hun eigen gelijk dat ze het onverwachte van God niet zien.

En wij, laten we ons gek maken, of nemen we het Licht serieus?

Hoe is het met onze blindheid gesteld? Durf ik het geloof aan of wend ik me af van het Licht? Onze maatschappij heeft moeite met geloof, we lijken te leven in een tijd die het Mysterie heeft verworpen, we rennen  rond op zoek naar antwoord, die dan weer wordt betwijfeld.

Maar misschien zeg ik: ik ben nog niet zover, maar ik probeer of ik me kan heroriënteren, dat ik de blinde plekken in mijn leven aankijk en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad. Of toch.., ik wend me af, want ja, innerlijk gaat het niet meer. God? het is allemaal pikdonker, dat wat me eens dierbaar was, ik ervaar het niet meer.

Of.., ik blijf zoeken naar een ontmoeting met Iemand, Iemand die toekomst geeft in mijn duistere bestaan, die me de weg wijst, die me vraagt er zelf te zijn en te leven vanuit mijn hart, de ander nabij.

Durven we, durven we nieuw leven aan en zeggen: Heer, ik geloof.

CLARISSEN MEGEN  KLOOSTER ‘ST. JOSEPHSBERG’