© Federatie van de heilige Clara.           Foto’s  alleen overnemen na  toestemming: Webmaster

7e zondag  A  - 19 februari 2017

Matteus 5, 38-48


Uit de vigilie-viering:    (zr. Leonarda)    


Inleiding:

De laatste drie zondagen hoorden we gedeelten uit de Bergrede, en na vandaag volgt er nog een zondag.

De Bergrede beschrijft een utopie, dat wil zeggen iets dat er nog niet is: het is een visioen.

Zeker ook de acht zaligsprekingen behelzen een belofte naar wat eens zijn zal. Maar iedere belofte, ‘promissio’ in het latijn, draagt tevens een opdracht, een missio, in zich.

Het visioen van Jezus, of van de evangelist zo u wil, is die van een samenleving, geheel bezield door Christus’ Geest. “Wanneer komt dat uur.. !” (=refrein uit het openingslied)

Zoals ik al zei, is dit visioen tevens een missio een opdracht: namelijk tot liefhebben in de Geest van Christus.

De Bergrede is er niet om ons een schuldgevoel te bezorgen dat we het niet halen, de realisatie van dit visioen. De Bergrede is een bemoediging, een richtingwijzer naar die nooit helemaal te bereiken horizon. Maar ze geeft wel zin aan ons leven, hoe jong of oud we ook zijn. Steeds weer er aan gaan staan, steeds weer op weg willen gaan in het proces van zuiverder liefhebben; zoals Jezus ons in zijn leven en zijn sterven heeft laten zien.


Bezinning:

De verzen uit Matteus, die we zo juist gehoord hebben, gaan over relaties van hen die deel uit maken van Gods Rijk. Dit is: deel uitmaken van het visioen, hoe het zal zijn als het goede - (God is die goed is!!) - het kwade overwonnen heeft.

Het vraagt van ons, die daartoe op weg zijn, een metanoia, dat wil zeggen het-anders-aankijken tegen de situatie waarin we verkeren.

Wat betekent het nieuwe dan in de omgang met elkaar en met God? En hoe breng je dat in praktijk?

Wat me opvalt in de voorgelezen verzen is het surplus in het onderling verkeer. Zoals: naast het onderkleed ook het bovenkleed geven. Ook de andere wang toekeren als je op je rechterwang geslagen wordt. Ook twéé mijl met iemand meegaan, als hij/zij slechts één mijl eist.

Ja, dat vraagt toch wel een bekering tot een gúnnende liefde: net iets méér doen dan wat van je gevraagd wordt. Dit is deelname aan de Liefde van God, de Gevende in overvloed.


Er is nog een intensievere bekering, die dieper gaat dan het concrete doen: dat is een innerlijk doen.

Bijvoorbeeld oprecht bidden voor hen die je dwars zitten; je niet afwenden van hen die je moeilijk liggen, enz.

Alles bij elkaar is zo’ n houding toch wel veel gevraagd. Ja zeker. Maar het is een weg, een proces. En je mag je bewust zijn of worden, dat je leeft en handelt vanuit een diepere innerlijke bron.

In de Kersttijd vierden we onder meer de Godsgeboorte in onze ziel. Ook deze Godsgeboorte, onze Bron, is een dynamisch gebeuren. Iedere keer dat we iets goeds doen, of als we van harte liefhebben, wordt God in ons geboren, oftewel voltrekt zich die geboorte van God  in ons.

Vrees niet, zegt Jezus, Ik ben met je, met jullie. Mijn Geest stuw en bezielt je. Beweeg mee met diens influisteringen.


CLARISSEN MEGEN  KLOOSTER ‘ST. JOSEPHSBERG’