© Federatie van de heilige Clara. Foto’s mogen op geen enkele wijze gebruikt of vermenigvuldigd worden zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming: Email Webmaster

Clarissen in Megen
“St.Josephsberg”
St.Josephsberg, Clarastraat 2, 5366 AK Megen tel.: 0412 -

Jesaja 43, 16-
Inleidend woord
U allen van harte welkom in deze viering. In het evangelie van deze zondag klinkt het verhaal van een lamme die, gedragen door vier mannen, bij Jezus gebracht wordt. Hij moet door een gat in het dak worden neergelaten tot voor Jezus’ voeten, zo druk is het in huis. En Jezus’ reactie hierop? ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ Dat was blijkbaar de kern van de zaak: de man werd door zijn zonden verlamd. Ook Jesaja heeft het over zonden en verlammende lasten. En over vergeving, een nieuw begin. Bij deze profetische woorden, die over ieder van ons gaan, zullen we in deze viering stilstaan.
Overweging
Het is al begonnen. Merk je het niet?
Maar wat is het toch, dat ik moet zien en bemerken? Er gebeurt zo veel, er is zo veel dat mij bezighoudt, in mij en om mij heen. Wat is dat nieuwe dat ontkiemt?
De HEER zegt: Ik leg een weg in onbegaanbaar gebied en doe rivieren stromen in dor land.
De woestenij, dat dorre, afschrikwekkende gebied in mij dat ik dacht nooit te kunnen of willen betreden, dat land wordt ontsloten. In mijn teleurstelling om wie ik ondanks al mijn wensen toch nooit kan zijn – daarin ontspringt een bron. Er begint een leven gevend beekje te stromen, wanneer ik besef dat ik mijzelf niet kan, en niet hoef te maken tot iemand – iemand met een naam, een gezicht. Die naam, dat gezicht wordt mij geschonken als het ontkiemen van een zaadje dat ik zelf niet heb geplant.
Het is al begonnen. Merk je het niet?
Maar ik, in mijn dorre land, wil het zo graag vruchtbaar maken. Ik graaf putten om het te bevloeien, ik ploeg en spit, want als mijn tuintje geen vruchten voortbrengt, dan heb ik niets te geven aan wie mij iets komt vragen. Dan ben ik een niemand. Ik moet toch iets aanbieden aan de God aan wie ik zoveel verschuldigd ben?
De HEER zegt: niet Ik heb jou de vermoeienis van offers opgelegd, jij hebt Mij vermoeid met je koppigheid!
Voor wie is eigenlijk al mijn spitten en graven in mijn dorre land? Want uiteindelijk werk ik me in het zweet voor iets wat niet meer is dan papieren schermen, kleurig beschilderd maar bij de eerste windvlaag weggeblazen. Ik wil iets voorstellen, en me zo een houding kunnen geven, tegenover de mensen, tegenover God. En in al mijn drukte vergeet ik dat dit dorre land Gods maaksel is, en niet het mijne. Hij is al druk aan het werk in mijn tuin, als ik Hem maar wil laten begaan.
Het is al begonnen. Merk je het niet?
Al die lasten die verlammend op mij neerdrukken – heb ik die mijzelf dan opgelegd? Ze zijn me hoe dan ook overkomen, en ik kan ze niet zelf afwerpen, want hoe zou ik ooit durven mijn woestenij open en bloot te laten liggen, zonder mijn kleurige omheining?
De HEER zegt: Ik, en niemand anders, wis jouw weerspannigheid uit, omwille van wie Ik ben. Bijt je niet vast in de dorheid van je landschap, want Ik geef water in de woestijn, rivieren in het dorre land, om mijn uitverkorene te laven.
Het is al begonnen. Merk je het niet?
Uit de vigilieviering zr. Rebecca



Foto’s: Klokkestoel
met refterklokje en Clara met monstrans
als vaantje