© Federatie van de heilige Clara. Foto’s mogen op geen enkele wijze gebruikt of vermenigvuldigd worden zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming: Email Webmaster


ZUSTERS CLARISSEN
Federatie van de heilige Clara
CONTEMPLATIEVE TRADITIE
De christelijke contemplatieve traditie kent eigen levensvormen. Dat gold al voor de woestijnmonniken. Dat geldt ook voor onze franciscaanse traditie die acht eeuwen geleden ontstond. Deze kent als levensvormen: het rondtrekkende leven van Franciscus en zijn eerste broeders, het leven in kluizenarijen en in een klooster. De kern daarvan is de evangelische armoede: leven zonder eigendom.
BIDDEND LEVEN
Clara van Assisi, die zich bij Franciscus aansloot, begon in 1212 samen met een paar vrouwen op haar eigen wijze dat evangelisch ideaal te verwerkelijken. Zij betrok een eenvoudig monasterium dat Franciscus had gebouwd bij de San Damiano kerk buiten de stadsmuren van Assisi.
Daar heeft Clara meer dan veertig jaar een uiterst sober en biddend leven geleid. Haar leven was aanstekelijk voor veel vrouwen die op zoek waren naar een nieuwe vorm van contemplatief religieus leven. Een levensstijl die beter dan het feodale leven in de grote abdijen van die tijd, aansloot bij de nieuwe stadscultuur.
REGEL VAN EEN VROUW
Op het einde van haar leven schreef Clara de ‘Levensvorm voor de Arme Vrouwen’ die
op wezenlijke punten tot op vandaag waardevol is. Zij schreef deze op basis van de
Regel van 1223 van de Minderbroeders. Allereerst voor haar eigen klooster, maar ook
als model voor andere kloosters. De kerkelijke overheid echter achtte een leven zonder
enige bestaanszekerheid zo risicovol, dat Clara pas op haar sterfbed, 9 augustus
1253, de kerkelijke erkenning ontving. In de praktijk heeft die Levensvorm heel wat
beroering gebracht onder de toenmalige religieuze vrouwen-
Vanaf die tijd werden Clara’s volgelingen ‘clarissen’ genoemd. Opmerkelijk is wel, dat de kern: leven zonder gemeenschappelijk eigendom was verdwenen.
CLARISSEN IN NEDERLAND
Clara’s orde kende een sterke groei, vooral in de verstedelijkte gebieden van Europa.
Een groot aantal van de kloosters volgden de Regel van Urbanus IV. Zij zijn de geschiedenis
ingegaan als ‘Clarissen-
In Nederland hebben de Clarissen-
De overgang naar de oorspronkelijke Levensvorm betekende, dat overtollige bezittingen, bijvoorbeeld grond buiten de kloostermuren en het vee, werden verkocht. De bruidsschat of ‘dos’, de som geld die de zusters bij intrede moesten meebrengen, werd afgeschaft. Alle zusters legden opnieuw geloften af op de oorspronkelijke Levensvorm van de Arme Zusters.
Daarmee kwam ook een einde aan het onderscheid tussen koorzusters, lekenzusters en buitenzusters. Vooral dit laatste was voor de zusters een ingrijpende verandering. Ook werd besloten te stoppen met het systeem ‘termijn’ (bedelen voor het levensonderhoud). De zusters moesten in het vervolg door arbeid samen de kost verdienen.
Toen het Tweede Vaticaans Concilie herzieningen invoerde voor het religieuze leven van slotzusters, waren de clarissen van de Federatie van de heilige Clara al jaren bezig zich te bezinnen op hun wijze van leven in een zich veranderende maatschappij.
Deze vitaliteit hebben zij tot op de huidige dag bewaard.


