© Federatie van de heilige Clara.           Foto’s  alleen overnemen na  toestemming: Webmaster

COLETA VAN NIEROP


1. Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?

Je toevertrouwen aan wat je beweegt.


2. Wanneer ben je zuster geworden en waarom?

In 1948 ben ik naar het klooster gegaan. Ik voelde en dacht dat God dat verlangde. Ik ging altijd graag naar de kerk, en voelde me door Gods liefde getrokken om te kiezen voor Hem, in een leven van gebed.


3. Wie of wat is stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?

Stimulerend was voor mij de liefde voor Christus en de Kerk. Thuis was er weinig informatie voorhanden over kloosterleven, maar we hadden wel missietijdschriften, die me altijd erg boeiden. Ik wilde daarom eerst missionaris worden. Maar ik realiseerde me dat je als missionaris maar een beperkt aantal mensen kon bereiken met je werk. In een leven van gebed kun je voor iedereen iets betekenen. Toen ik ontdekte dat een tante van mij claris was, ben ik daar in het klooster gaan kijken, en daar ben ik een tijdje later dan ook ingetreden.


4. Wie of wat hield je er aanvankelijk van af?

Ik groeide op in een groot gezin van 10 kinderen (acht jongens en twee meisjes). Ik was de tweede van de kinderen en het oudste meisje, waardoor ik thuis veel verantwoordelijkheden had: ik deed al het naai- en verstelwerk. Ik hield ook veel van mijn familie. Het was daarom moeilijk om weg te gaan. Ook was er eigenlijk niemand met wie ik kon praten over mijn verlangen om naar het klooster te gaan. Om uiteindelijk een keuze te maken tussen een huwelijk of het kloosterleven had ik een stimulans nodig, en die kwam van mijn vader toen hij me zei dat ik moest kiezen, kiezen voor wat ik wilde. Daardoor kwam ik ertoe om toch aan mijn diepste verlangen gehoor te geven en koos ik voor het clarissenleven en het gebed. Maar het was wel een avontuur.


5. Wat betekent zusterschap voor je?

Zusterschap betekent voor mij gemeenschap. Op mijn weg heb ik mensen nodig, voor mijn geestelijke ontwikkeling. Mensen die je corrigeren, of die een voorbeeld kunnen zijn. Van mensen kun je veel leren.


6. Wat betekent God voor jou als zuster?

God is voor mij aanwezigheid, Hij is de Aanwezige in mijn leven. Hij is een drijfveer om mijn leven in te zetten, en ook een thuis waar ik altijd terecht kan.


7. Maak de volgende zin af: “Een wereld zonder zusters is …”

een verarming.


8. Mijn levensmotto is:

Trouw. En ook het Bijbelvers waarin Jezus zegt: “Ik ben gekomen om te dienen en mijn leven te geven voor velen.”

Tot slot: Ik ben dankbaar dat ik deze weg heb mogen gaan. De weg heeft mij veel gegeven aan religieuze en geestelijke ontwikkeling. Een goed gevulde weg in gemeenschap: gezamenlijk gebed en werk. Dit te beleven in verbondenheid met God en door Zijn liefde, in verbondenheid met mijn zusters, in verbondenheid met Kerk en samenleving, in geloof, door gebed, het koorgebed. Net als overal is ook dit leven een opgave. God bidden, samenleven – een rijkdom toch.

SPIRITUALITEIT VAN DE HEILIGE CLARA /CLARISSEN