© Federatie van de heilige Clara.           Foto’s  alleen overnemen na  toestemming: Webmaster

REBECCA BRAUN


1. Kun je in één zin zeggen wat volgens jou ‘roeping’ is?

Roeping, of liever: geroepen worden (want het is altijd een werkwoord en altijd in het hier en nu) is voor mij: gegrepen zijn; je mee laten voeren, ‘als een blinde langs onbekende paden’ (vgl. Jes. 42,16), omdat je tot het besef bent gekomen van een werkelijkheid die, hoewel onbevattelijk, toch aan je diepste verlangen blijkt te beantwoorden.


2. Wanneer ben je zuster geworden en waarom?

In 2007 ben ik ingetreden. Sinds 2 augustus 2008 word ik ook ‘zuster’ genoemd: op die datum heb ik het ordeskleed ontvangen en ben ik aan mijn noviciaat begonnen. En waarom? Omdat ik mij geroepen weet. Omdat ik steeds meer ontdek dat alleen in het volgen van die roepstem, van mijn diepste verlangen, mijn leven tot vervulling zal komen. En dat is dus het beste dat ik kan doen, zowel voor mijzelf als voor de wereld.

Maar waarom dan als zuster claris, en niet in een andere orde? Ik heb me in verschillende ordes verdiept, maar wat me meteen aansprak bij Clara en haar zusters was de radicaliteit, de alomvattendheid van de keuze voor God – vanuit een diep besef van Gods alomvattende liefde voor ons. Een keuze voor armoede, vanuit het besef van de armoede van elk schepsel voor Gods aanschijn: alles heb je ontvangen, niets is van jezelf. En de rijkdom die je ontdekt in het volgen van Christus, in Zijn getuigenis dat God alleen genoeg is om van te leven. God alleen (niets meer), en alleen God (niets minder).


3. Wie of wat is er stimulerend voor je geweest om je weg te gaan?

Ik heb in het ontdekken van mijn roeping mijn weg voor een groot deel zelf moeten zoeken. Mijn opvoeding was protestants-christelijk (maar niet kerkelijk); pas toen ik ging studeren vond ik de mogelijkheden om het ‘vlammetje’ in mij, dat een jaar eerder tijdens een reis naar Rome was ontbrand, verder te onderzoeken. Via het studentenpastoraat kwam ik in contact met een klooster van de benedictijnen. De bezoeken daar maakten veel los, en leidden ertoe dat ik mij door doopsel en vormsel in de katholieke Kerk liet opnemen. Na mijn eerste bezoek aan de clarissen (in 2003) ging ik meedoen met de groep ‘jong-geïnteresseerden in het religieuze leven’ van de franciscanen, en vooral aan het contact met de ‘tochtgenoten’ in die groep heb ik veel steun gehad. Maar de eigenlijke stimulans kwam natuurlijk van God: het onstilbare verlangen in mij dat mij dreef om steeds verder te zoeken, en stappen te zetten die ik ‘uit mezelf’ nooit had durven zetten!


4. En wie of wat hield je er aanvankelijk vanaf?

De ontmoediging kwam, net zoals de stimulans, voornamelijk vanuit mijzelf. Durfde ik wel te vertrouwen op dit ‘gevoel’ dat niet te beredeneren of te beargumenteren was? Kon ik concrete levenskeuzes maken die ik niet kon verdedigen, niet naar anderen toe, en vaak ook niet naar mezelf toe? Durfde ik heel mijn leven te verbinden aan een heel concrete, heel menselijke (en dus onvolmaakte) gemeenschap? Het vertrouwen en de moed om deze vragen toch positief te beantwoorden heeft geleidelijk moeten groeien, samen met een groeiend vertrouwen op de liefde waarmee God mij op deze weg uitnodigde.


5. Wat betekent de zusterschap voor je?

De zusterschap, de gemeenschap waarin ik mag leven, is voor mij de ruimte waarin mijn roeping, mijn leven met God, gestalte kan krijgen. Je draagt elkaar, en daagt elkaar ook uit, en leert zo aan elkaar wie je zelf bent, en wie God is. Vanaf mijn eerste bezoek aan deze gemeenschap heb ik de waarheid mogen ervaren van wat Jezus in het evangelie zegt: ‘Waar twee of drie in mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.’ (Mt. 18,20) De gemeenschap is méér dan de som van haar delen.

Zusterschap heeft voor mij nog een belangrijke betekenis: zuster-zijn, van elkaar, maar ook van alle mensen. Leven als kind van God in het voetspoor van de Zoon van God, en zo alle mensen tegemoet treden als broeders en zusters.


6. Hoe ziet je dagindeling eruit? Wat doe je voor werk?

Als contemplatieve zusters is voor ons het voornaamste ‘werk’ het gebed: de wereld met al haar noden en vreugden bij God brengen, en een getuigenis van en verwijzing naar God zijn voor alle mensen. Rond dit ‘werk’ zijn onze dagen opgebouwd: vijf maal per dag komen wij in de kapel samen voor het getijdengebed, en tweemaal per dag is er stille tijd voor persoonlijk gebed en meditatie.

’s Ochtends en ’s middags is er werktijd waarin we de nodige werkzaamheden in en om het huis verrichten en werken voor ons levensonderhoud. Zelf werk ik onder andere in de hostiebakkerij en de tuin, en doe ik naai- en schoonmaakwerk. Ook heb ik als novice tijd voor lessen en vorming in het religieuze leven.


7. Wat betekent God voor jou als zuster?

Misschien zou een betere vraag zijn: wat is Hij niet? God is mijn alles. Mijn oorsprong en einddoel, en mijn weg om te gaan. De grenzeloze Liefde die mij leven doet, mij geborgenheid en troost biedt, maar mij ook steeds weer uitdaagt om de grenzen die ik aan mijzelf opdring te verleggen. God is Degene van wie ik ten diepste weet: aan Hem behoor ik toe.


8. Maak de volgende zin af: ‘Een wereld zonder zusters is als...’

... een survivaltocht zonder kaart of kompas. Of althans, dat zou het leven voor mij zijn als ik mijn roeping als zuster niet volgde. God is het die mij richting geeft: als ik op Hem gericht blijf, vind ik stap voor stap de weg. En zo hoop ik als zuster ook voor anderen een richtingwijzer te kunnen zijn, zodat ook zij hun ‘kompas’ kunnen vinden.


9. Mijn levensmotto is:

Een levensmotto heb ik nooit voor mezelf onder woorden gebracht, maar ik ben in de loop der tijd wel een aantal uitspraken tegengekomen die de strekking ervan misschien wel weergeven:

‘Al het mijne is het jouwe.’ (Lc. 15,31 en Joh. 17,10)

‘Gij dient alles om alles te geven.’ (Thomas a Kempis)

‘Je kreeg alles voor niets. Aarzel niet wanneer je gevraagd wordt te geven wat toch niets voor alles is.’ (Dag Hammarskjöld)

SPIRITUALITEIT VAN DE HEILIGE CLARA /CLARISSEN